Vandaag wil ik naar het tuincentrum in de buurt, maar ik besluit om toch eerst deze blog te schrijven. Sinds 1 januari ben ik met keuzepensioen. Niet omdat ik het onderwijs niet meer zag zitten, maar mijn man heeft ms en zorg nodig. Vandaar. Ik ben in een fase terechtgekomen waarin het nog steeds gebruikelijk is om zodra je met pensioen gaat het schoolboek dicht te doen evenals voor de laatste keer de deur van het klaslokaal. Einde onderwijs. Dat beeld zal de komende jaren gaan veranderen. Onder invloed van sociale media en de mogelijkheid om digitaal te netwerken zal een nieuwe generatie gepensioneerden ontstaan. Een groep die om te beginnen een leven lang blijft leren en daarnaast ook de contacten  die bijvoorbeeld via Twitter en Facebook plaatsvinden met het circuit van het informele leren blijft onderhouden. Dit informele leren wordt onderdeel van een levensstijl. Een ononderbroken uitwisseling van ervaring en kennis gaat dan ook veel gemakkelijker. Initiatieven zoals van de gepensioneerde leraren Herman van Schie, André Manssen of Kees van Eunen zijn voor mij de huidige voorbeelden hoe in de toekomst de connectie tussen werkzaam en gepensioneerd in het onderwijs vorm zal krijgen. Zo houdt André een scoop bij over gratis webtools, handige tips & trucs, online lesideeën, lesmateriaal en allerlei online ICT-zaken voor met name het basisonderwijs. Herman van Schie schrijft een blog over gratis ICT-toepassingen voor het onderwijs voor de onderbouw VO en de bovenbouw PO. Vaak  voor andere leerjaren en zelfs het bedrijfsleven bruikbaar. Hij  verzorgt eveneens workshops. Beide zijn actief op Twitter. Kees van Eunen, voormalig docentopleider Duits en al vele jaren met pensioen, is een netwerker pur sang en al jarenlang betrokken als bestuurder en medeorganisator bij veel activiteiten die met het vak Duits van doen hebben. Ook verzorgt hij o.a. workshops over ICT in de les. Alle drie zijn het  rolmodellen voor toekomstige postactieven. Volgende week hebben Kees van Eunen en ik  een afspraak om te brainstormen over een concept om kennisuitwisseling tussen docenten Duits te realiseren. Twee gepensioneerden die samen broeden op een idee om de werkende docenten Duits met elkaar te verbinden en te laten leren. Geen workshop of congres, maar anders. Ondertussen zag ik de mogelijkheid van het Lerarenfonds voorbij komen en het leek mij de moeite waard om zowel bij OCW als ook bij de Onderwijscoöperatie te informeren of het mogelijk is, dat gepensioneerden ook in aanmerking komen voor het Lerarenfonds door een voorstel in te sturen. Nee heb je en ja kun je krijgen. Tot nu toe zijn alle activiteiten geïnitieerd door OCW en de Onderwijscoöperatie gericht op docenten werkzaam in het onderwijs. Inmiddels heeft OCW gereageerd. “Hartelijk dank voor het feit dat u uw mening over dit onderwerp hebt willen geven. Het is goed om te merken dat veel mensen zich bezig houden met het onderwijs in ons land. Dit lerarenfonds is inderdaad gericht op de leraren, die op dit moment werkzaam zijn in het onderwijs. Het is met name bedoeld om deze leraren te ondersteunen in de dagelijkse praktijk. Op dit moment kan er niet aan uw verzoek worden voldaan. Uw idee is binnen het departement doorgeleid naar de verantwoordelijk beleidsdirectie. Het Lerarenfonds wordt georganiseerd via de “Onderwijscoöperatie”. U kunt bij deze instantie in ieder geval uw aanbod neerleggen om mee te denken en uw gedachten met hen delen.” Van de Onderwijscoöperatie heb ik nog niets vernomen. De argumentatie voor de afwijzing verbaasde mij ‘Het is met name bedoeld om deze leraren te ondersteunen in de dagelijkse praktijk.’ Lijkt mij ook wel iets voor gepensioneerden om ondersteuning te verlenen. Een voorstel kun je toch indienen en als het dan niet voldoet, dan wijs je dit toch af. Ben benieuwd of in de toekomst nog iemand gaat pleiten voor een symbiose tussen de werkende en de gepensioneerde docent als opmaat  naar een nieuwe levensstijl met informeel leren als toegevoegde waarde. Nu dan maar naar het tuincentrum. Niet voor geraniums.